Hoe bereken je je BMI?
Deel je gewicht in kilogram door het kwadraat van je lengte in meters: BMI = gewicht (kg) / lengte (m)². Zo legt ook het Voedingscentrum de berekening uit. Met Engelse eenheden is de formule BMI ≈ 703 × gewicht (lb) / lengte (in)². De factor 703 is een benadering; deze calculator gebruikt de exacte omrekening van de eenheden.
Een voorbeeld: bij een lengte van 1,80 m en een gewicht van 81 kg is je BMI 81 / (1,80 × 1,80) = 25,0.
Wat zegt de uitkomst?
BMI houdt geen rekening met je lichaamssamenstelling, de verhouding tussen spieren en vet, je leeftijd of je persoonlijke omstandigheden. Het is vooral een algemene aanwijzing, die je het best bekijkt samen met je leefgewoonten en hoe je je voelt.
Twee mensen met dezelfde BMI kunnen heel verschillend gebouwd zijn. Wil je meer weten over lichaamssamenstelling? Lees dan de uitleg bij vetpercentage berekenen.
Wanneer zegt BMI minder?
- Bij mensen met veel spiermassa, omdat spieren een hogere dichtheid hebben dan vet.
- Bij kinderen en jongeren, voor wie percentielcurven naar leeftijd worden gebruikt.
- Tijdens de zwangerschap.
- Bij ouderen, omdat spiermassa doorgaans afneemt met de leeftijd.
Het referentiebereik voor volwassenen
De WHO noemt de categorieën ondergewicht, normaal gewicht, overgewicht en obesitas. Hier gebruiken we de labels onder, binnen, boven en ruim boven het referentiebereik. Het gebruik van de volwassenencategorieën vanaf 18 jaar is een keuze van deze website. De indeling gebeurt na afronding op één decimaal.
BMI bij vrouwen en mannen
Het BMI-referentiebereik voor volwassenen is hetzelfde voor vrouwen en mannen. De lichaamssamenstelling kan wel verschillen. De calculator voor vetpercentage gebruikt het geslacht bij de schattingen; de BMI-berekening zelf doet dat niet.